Oudheidkundige Vereniging “HERDEREWICH”

Laatste Nieuws. Vereniging. Bestuur. Werkgroepen. Vittepraetje. Evenementen. Harderwijk. Hierden. Verhalen over .... Herkent u ...?. Wandeling. Links. Herderewich Shop. Archief. Sponsoren. Lidmaatschap. Contact.


DE VISCHPOORT


In Harderwijk zijn acht eeuwen stadsgeschiedenis nog op veel plaatsen voelbaar. Grote delen van de middeleeuwse stadsmuren zijn bewaard gebleven en van de vijf stadspoorten staat alleen nog de Vischpoort fier overeind. Veel historische gebouwen getuigen van een rijk verleden. Visserij en handel waren de drijvende krachten achter de ontwikkeling van de stad. De Harderwijker vloot speelde daarbij een grote rol. Een echte vuurtoren heeft Harderwijk nooit gehad, maar net als in Elburg heeft een licht op één van de stadspoorten de vissers en schippers jarenlang geleid naar een behouden thuiskomst. In 1639 werd de Hooghe Bruggepoort Harderwijks eerste ‘vuurtoren’. In 1851 heeft de Vischpoort deze functie overgenomen.


Poorten en steigers

Op 11 juni 1231 verleende Graaf Otto van Gelre II stads- en marktrechten aan ‘Herderewich’. Deze agrarische nederzetting groeide daardoor uit tot een welvarende handelsstad, die eeuwen lid was van het Hanzeverbond. In de middeleeuwen voerden Harderwijker vissers graan, hout, bier en vis aan uit het Oostzeegebied en uit Pruisen. De goederen werden in de stad uitgeladen en verhandeld. Ook over rivieren als de IJssel en de Vecht voeren talrijke Harderwijker schepen.


Rond 1500 had Harderwijk de belangrijkste vismarkt aan de Zuiderzee. Wanneer de stadsmuren en poorten gebouwd zijn is niet precies bekend. Uit documenten blijkt dat in ieder geval voor 1294 delen van de muren zijn neergezet. Er is daarna nog jaren verder gebouwd. De Vischpoort is aan het eind van de veertiende eeuw gebouwd en heette destijds Laege Bruggepoort, ter onderscheid van de Hooghe Bruggepoort, de tweede zeepoort die Harderwijk had. Via steigers of bruggen, die vanuit de poorten in zee staken, kon men de afgemeerde schepen bereiken. Dit waren kleine schepen die het transport verzorgden van passagiers en lading van grotere schepen. Vanwege de geringe diepte van de Zuiderzee vlakbij de stad, moesten de grote schepen op de rede blijven liggen. Dit was geen ideale situatie. Het lossen duurde lang en de lading viel zo nu en dan in het water. De locatie was ook erg windgevoelig. Harderwijk heeft daarom naarstig gezocht naar mogelijkheden om een echte haven aan te leggen. In 1595 heeft het stadsbestuur een commissie benoemd om de havenplannen van burgemeester Hendrik van Essen uit te voeren.

Om onduidelijke redenen lukte dat pas halverwege de zeventiende eeuw. Harderwijk kreeg toen flinke subsidies van diverse instanties om de haven aan te leggen. De vreugde was echter van korte duur. Op 22 oktober 1669 woedde er een zware noordwester storm die weinig overliet van de haven. Het duurde daarna nog tot 1900 voor de Nieuwe Haven werd geopend.



Een lichthuis op de poort

In de loop van de negentiende eeuw verzandde de oude haven, waardoor de kustlijn steeds verder van de stadsmuren vandaan kwam te liggen. De haven verplaatste zich als het ware. Daardoor werden de steigers nutteloos. De zeepoorten verloren hun functie en de Hooghe Bruggepoort werd afgebroken. De Vischpoort bleef bestaan. In 1851 kwam er een verzoek van de beurtschippers van de Zuiderzee om een kustlicht in Harderwijk te plaatsen. Het stadsbestuur richtte vervolgens een verzoek aan de minister van Marine om de kosten van het maken van een plateau op de Vischpoort, de aanschaf van een lichttoestel en een lantaarn, alsmede het onderhoud daarvan te laten bekostigen door het Rijk. Na een uitgebreide briefwisseling tussen het stadsbestuur, de minister van Marine en de onderinspecteur van het Loodswezen in Amsterdam kwam er toestemming om het plateau te bouwen. Het Rijk zou alle kosten dragen, met uitzondering van het salaris van de lichtwachters, dat voor rekening van de stad zou moeten komen. Het was de bedoeling een Fresneloptiek in Frankrijk te bestellen, maar dat bleek te duur. Toen is besloten het lichttoestel van de oude baak van Scheveningen te gebruiken.


De lichtwachter van Scheveningen kwam naar Harderwijk om uitleg te geven over het gebruik en onderhoud van het licht. Op 11 november 1851 werd het licht voor het eerst ontstoken. Het was een stilstaand lichttoestel met rode glazen dat op patentolie werd gestookt. De poort was tot woning ingericht voor de dienstdoende lichtwachter. In 1874 kwam er een licht bij dat op een houten paal op het westelijke havenhoofd was geplaatst. Samen met het licht van de Vischpoort vormde het een lichtenlijn voor het invaren van de haven. Omstreeks 1928 kwam er bericht van het Loodswezen dat het licht gedoofd zou worden, vanwege de moeilijke financiële situatie in het land. Het licht werd uiteindelijk toch niet gedoofd maar om kosten te besparen droeg het Rijk het eigendom en beheer over aan de gemeente. In 1930 is het gasgloeilicht op de Vischpoort vervangen door een wit elektrisch draailicht, ongeveer één miljoen kaarsen sterk, dat met 22 toeren per minuut ronddraaide.

Dit licht was geplaatst ten dienste van het luchtverkeer over Harderwijk, richting Duitsland.

Het lichthuis was naar alle kanten toe open. Het was echter onvoldoende functioneel en daarom is dit experiment al na een paar maanden gestaakt. In 1931 is aan de Broeksteeg een nieuwe toren gebouwd voor het luchtvaartlicht. Dit was een ijzeren, opengewerkte vierkante toren bestaande uit acht geledingen, met bovenop een platform. Deze lichttoren is inmiddels weer verdwenen, net als alle andere luchtvaartlichten in Nederland. Hoewel voor de luchtvaart weinig geschikt, had het licht op de Vischpoort voor de vissers nog wel degelijk nut. Het witte schitterlicht voor de luchtvaart is daarom weer vervangen door het vertrouwde vaste rode licht. In het begin van de twintigste eeuw ging het nog heel goed met de Harderwijker vissers.

Met name rond 1930 werden recordvangsten gemeld. Na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 is de visserij echter sterk teruggedrongen. Het licht op de Vischpoort werd overbodig en is gedoofd, vermoedelijk in 1947 want dat was het laatste jaar dat er een lichtwachter was aangesteld.


Het licht opnieuw ontstoken

Enkele jaren geleden had de gemeente Harderwijk het plan opgevat om het kustlicht op de Vischpoort nieuw leven in te blazen. Dit was een onderdeel van het ‘Masterplan Waterfront Harderwijk’, dat gericht was op herontwikkeling van een verouderd industrieterrein tot woongebied aan het water en regulering van de verkeersstromen rond het Dolfinarium. De Oudheidkundige Vereniging Herderewich en een buurtbewoner hebben hun medewerking verleend aan de reconstructie van het kustlicht. Het bedrijf Elsto-aandrijvingen uit Voorhout heeft de originele Fresneloptiek weer in werking gekregen. Daarbij is wel een verandering aangebracht: de oorspronkelijk vaste optiek is draaiend gemaakt. Op 8 april 2006 heeft de burgemeester van Harderwijk het licht op de Vischpoort opnieuw ontstoken, nadat hij eerst de blauwgele gemeentevlag had gehesen in de nieuwe mast op het plateau van de lichtkoepel. Waar eens een rood, vast licht heeft geschenen, draait nu ’s nachts een witte lichtbundel over de boulevard. Het doet denken aan het draaiende luchtvaartlicht dat maar zo kort dienst heeft gedaan. De verandering van lichtkarakter van rood naar wit heeft overigens in het verleden al plaatsgevonden. Het is niet bekend wanneer dat is gebeurd.


Tekst en foto's met toestemming overgenomen uit:

Peter Kouwenhoven, 2010. Vuurtorens, lichtschepen en kapen. Nautisch erfgoed van Nederland.

WINCO Publishing. ISBN 978-90-802656-4-6



Type object:Lichtopstand


Naam:

Vischpoort


Positie:

52o21.095’N/5o37.120’E


Bouwjaar:

poort eind 14e eeuw/

lichthuis 1851


Ontwerper:

Onbekend


Lichtkarakter:

gedoofd ca. 1947




















Op 8 april 2006 heeft de burgemeester van Harderwijk

het licht op de Vischpoort

opnieuw ontstoken, nadat hij

eerst de blauwgele

gemeentevlag had gehesen

in de nieuwe mast op het

plateau van de lichtkoepel.

De oorspronkelijk vaste optiek heeft een draaimechanisme gekregen.