Oudheidkundige Vereniging “HERDEREWICH”

Laatste Nieuws. Vereniging. Bestuur. Vittepraetje. Activiteiten. Harderwijk. Hierden. Verhalen over .... Herkent u ...?. Wandeling. Herderewich Shop. Archief. Sponsoren. Lidmaatschap. Facebook. Twitter. Google +. Links. Contact.
_________________________________________________________________________________
OPRICHTING VERENIGING
De Oudheidkundige Vereniging Herderewich werd in 1972 door een vijftal enthousiaste inwoners van Harderwijk opgericht. Ze vonden dat er meer aandacht besteed moest worden aan de geschiedenis en monumenten van Harderwijk en Hierden. Herderewich probeert dit te bereiken door het organiseren van lezingen, excursies, tentoonstellingen en het uitgeven van een tijdschrift.

Activiteiten
Vijf maal per jaar worden er lezingen gehouden. De lezingen gaan meestal over een historisch onderwerp, die betrekking of een nauwe relatie hebben met de historie van Harderwijk en Hierden.

Magazine
In het kwartaalblad “Vittepraetje” staan interessante artikelen over de geschiedenis van Harderwijk en Hierden.

Werkgroepen
Herderewich heeft een werkgroep genealogie, die zich enthousiast bezighoudt met onderzoek in en toegankelijker maken van het streekarchief Noordwest-Veluwe, locatie Harderwijk.
De werkgroep Open Monumentendag organiseert jaarlijks in samenwerking met het Gilde van Stadsgidsen de Harderwijker Open Monumentendag.

Overige activiteiten
In de gemeentelijke monumentencommissie is Herderewich door een lid vertegenwoordigd.
Hierin kan zij het gemeentebestuur gevraagd en ongevraagd advies verstrekken over monumenten en het monumentenbeleid.
_________________________________________________________________________________
• DOEL VERENIGING
De Oudheidkundige Vereniging van Harderwijk en Hierden, stelt zich ten doel: Het bevorderen van de kennis der geschiedenis en het behouden van het historische karakter van Harderwijk, Hierden en omgeving.

In de Statuten van de vereniging is het alsvolgt verwoord:
Heden, vijftien januari negentienhonderd negenenzeventig, verscheen voor mij, Meester Leonarci’s Teunis Wemes, notaris ter standplaats Harderwijk: de heer Jan Siblesz, reservekolonel, wonende te Harderwijk
De comparant verklaarde: in de ledenvergadering van de te Harderwijkgevestigde vereniging:
OUDHEIDKUNDIGE VERENIGING HERDEREWICH, gehouden op éénentwintig november negentien-
honderdachtenzeventig, is op statutaire wijze besloten de statuten van de vereniging geheel gewijzigd vast te stellen, zulks in verband met het op zesentwintig juli negentien honderd zesenzeventig in werking treden van Boek 2 (Rechtspersonen) van het Burgerlijk Wetboek; in die vergadering werd hij, comparant, aangewezen, vorenbedoelde gewijzigde statuten bij notarièle akte vast te leggen; van het vorenstaande blijkt uit een aan deze akte gehecht afschrift van de notulen van gemelde vergadering; in verband met het vorenstaande luiden de statuten van de vereniging voortaan als volgt: NAAM, ZETEL,DOEL EN DUUR

Artikel 1
1. De naam van de vereniging is: "OUDHEIDKUNDIGE VERENIGING HERDEREWICH.
   Zij is gevestigd te Harderwijk
2. Het doel van de vereniging is:
    a. het bevorderen van de kennis der geschiedenis van Harderwijk en omgeving;
    b. het behouden van het karakter van Harderwijk en omgeving
3. De vereniging tracht dit doel te bereiken door:
   a. het houden van lezingen,tentoonstellingen en excursies;
    b. het bevorderen van oudheidkundig onderzoek in Harderwijk en omgeving;
   c. het aanleggen van een verzameling die op het doel der vereniging betrekking heeft;
   d. het samenwerken met instellingen, stichtingen en verenigingen, die een soortgelijk doel na
       streven.
4. De vereniging duurt voor onbepaalde tijd en is opgericht op twintig september
   negentienhonderd twee en zeventig.

_________________________________________________________________________________
• HERKOMST NAAM
Graaf Otto II van GelreOnze vereniging ontleent haar naam aan de “stadsbrief van 1231” waarin aan de “burgers van Herderewich” rechten worden geschonken door Graaf Otto ll van Gelre.

Vrije vertaling van de privilegebrief
“In den naam der heilige drie-eenheid Ik, Otto, levenslang Graaf van Gelre en Zuthen, alle daden der stervelingen zijn aan den vergankelijken tijd onderworpen en daarom gaan met de mensen, als zij sterven, ook hunne werken voorbij”

Daarom is het noodzakelijk, dat alles, wat naar zijn natuur ten ondergang neigt, door middel van het schrift wordt vastgelegd en tegen het geraken in vergetelheid wordt gevrijwaard. Wij brengen daarom ter kennis van het nageslacht, door het getuigenis dezer acte, dat ik Otto, Graaf van Gelre en Zurphen, heb verleend aan de gemeenschap binnen Herderewich en aan de inwoners, die daarin verblijf houden en later zullen verblijven, een jaar- en weekmarkt, en alle mogelijke vrijheid zowel als de ongeschondenheid van haar bezit, volgens het voorgenomen plan van onze geliefde moeder, de eerwaarde vrouwe Richarde Abdis van Roermond, van mijn geliefde verwant Henricus de Monte, Heer Fredericus de Redhen, broeder van het Germaansche huis, van Heer Arnoldus de Walchem, van Magister Daniel, (door wier raad en bijstand mijn hele gebied bestuurd wordt) en van mijn andere verwanten en vrienden, mijn edellieden en ambtenaren; en dat deze genoemde plaats dezelfde vrijheid geniet als die van Zutphen. Dit alles echter onder voorbehoud, dat zij niemand, die of aan mij of aan mijn erfgenamen of mijn edellieden of ambtenaren als slaaf onderworpen is, zonder mijn toestemming, of die mijner erfgenamen, tot een burger zal aannemen.

En de burgers van voormelde plaats zullen de watertollen, gelijk zij die tevoren gaven, ook verder blijven geven. En, wanneer ik aldaar gekomen ben voor een verblijf van een, twee of drie nachten, zullen zij, zonder enige prijs, het hooi en stro dat zij hebben, voor mijn paarden en die mijner erfgenamen en van hen die met mij of mijn erfgenamen zij meegekomen, overgeven. Wanneer ik daar echter tot een langer verblijf ben aangekomen, zal ik zelf voor hooi en stro zorgen.

Op dat deze mijn handeling nu vast en bondig blijve, heb ik dit alles doen beschrijven, en met medeondertekening van voornoemde Vrouwe Richarde de Abdis, en de hier bovenvermelde mannen, Heer Arnoldus de Walchem, Magister Daniel, en van mijn edellieden de Heren Arnoldus de Dieden en van zijn broeders Heer Fridericus en Heer Gerhard, Heer Giselbertus de Brunckhurst en van mijn ambtenaren Heer Christiaan de Arnhem, Heer Elbertus de Dolren, Heer Theodoricus de Damme, Heer Johannes de Marate, Heer Wilhelmus de Graflo, Heer Johannes de Sallandia, Heer Wilhelmus de Wisope, Heer Nicolaus de Oihusen en met ondertekening van veel anderen van mijn mensen door het aanzien van mijn zegel bekrachtigd. Gegeven te Arnhem in het jaar onzes Heren 1231 onder het bestuur van Heer Fredericus de Roomse Keizer, Heer Henricus Aartbisschop te Keulen; Heer Willibrandus Bisschop van Utrecht 11 juni.

_________________________________________________________________________________
• LOGO VERENIGING  
Het logo van de Oudheidkundige Vereniging Herderewich is een Kogge.
Het is ontleend aan het oudste zegel van Harderwijk.

De Kogge
Tot 1100 waren de landen rondom de Oostzee voor Nederland nog onontgonnen gebieden. Maar toen de Duitse Hanze, een machtig verbond van handelssteden, zijn aandacht op het Oostzeegebied richtte en er nederzettingen stichtte, werd dit gebied ook interessant voor de Nederlandse steden die zich bij dit handelsverbond hadden aangesloten. Via het Skagerak en de Sont voeren schepen uit Zutphen, Deventer, Kampen, Zwolle, Nijmegen, Arnhem, Harderwijk en Elburg de Oostzee op. Vooral graan, haring en hout werden ingekocht en elders in Europa met forse winst weer verkocht. De Hanzesteden bezaten voorrechten die andere steden niet hadden. Zo mochten zij rechtstreeks handel drijven, terwijl andere steden verplicht waren gebruik te maken van stapelmarkten in de officiële havens in het gebied.

Schip met kasteel
Aanvankelijk waren de schepen klein en smal en niet geschikt om de reis om Denemarken te maken. De beruchte lagerwalkust van de Jammerbocht maakte dit onmogelijk. De goederen werden eerst naar de westkust van Sleeswijk-Holstein gevaren. Om vervolgens per kar naar de oostkust gebracht te worden. Daar werd de reis per schip voortgezet. Door toename van de handel, vooral in het Oostzeegebied, was er duidelijk behoefte aan een nieuw vrachtschip. Begin 13e eeuw ontstond de Kogge. Dit schip van circa dertig meter lang en zeven meter breed kende een laadververmogen van maar liefst 200 ton en stak beladen drie meter diep. Het werd overnaads gebouwd, dat wil zeggen dat de planken van de scheepshuid als dakpannen over elkaar heen lagen. De Kogge had één mast met een vierkant zeil. Soms was het schip voorzien van een soort torentje: het kasteel. Met de Kogge werd het mogelijk langs de beruchte lagerwalkust van de 'Jammerbocht' via het Skagerak en de Sont rechtstreeks de Oostzee in te varen. Van Floer Tymans, in 1541 waard in De Moriaen in de Bruggestraat te Harderwijk wordt vermeld, dat hij in der tijd als schipper op een “Gelderse Caegt” (Kogge) “oostwaets op Ryge “ (Riga) en “westwaerst op Bruczee” (Brugge aan Zee) voer. De reders van het schip waren o.a. de Harderwijkers Herman van Oldenbarneveld en Maas van Vaneveld. De koopman Jan Gerritsen eveneens uit Harderwijk voer met Floer op die reis mee. De Harderwijker Lambert van Erck had in 1498 een Kogge in Danswijck (Dantzig) liggen. In de loop van de I4e en 15e eeuw werden de Koggen vervangen door hulken en karvelen.

Ommelandvaarders
In een document uit 1251 afkomstig van de Deense koning Abel, worden de zeelui, waaronder Harderwijker schippers en kooplieden, die deze niet ongevaarlijke route namen, 'Umlandfarae' genoemd: Ommelandvaarders. Zij namen immers niet de route over land, maar voeren letterlijk 'om' het land heen. Het belangrijkste doel van de Ommelandvaarders was Schonen, het zuidelijkste puntje van Zweden. In het handelsseizoen zag men rond dit gebied op de grens van Noord- en Oostzee volgens sommigen meer Nederlanders en Duitsers dan Zweden en Denen. Haring was een belangrijk handelsproduct. Volgens de overlevering zwom er voor de kust van Schonen zoveel haring dat de scholen de scheepvaart belemmerden.

Vredesschip
Koggen werden ook ingezet als oorlogsschepen. Overigens sprak men toen zelf van 'vredesschepen'; ze waren immers bedoeld om de vrede te herstellen. In 1367 voerde de Keulse Confederatie, waaronder Harderwijk oorlog tegen koning WaldemarIV van Denemarken. Dordrecht, Amsterdam, Staveren, Harderwijk “ende alle de stede bi der Zuiderzee uytgenomen Kampen” zouden samen één Kogge en 100 man leveren. Ook tegen piraten die op de Oostzee en de Zuiderzee huishielden, werd met Koggen opgetreden.