Oudheidkundige Vereniging “HERDEREWICH”

Laatste Nieuws. Activiteiten. Vereniging/Vischpoort. Harderwijk. Hierden. Verhalen over .... 2e Wereldoorlog. Onze sponsoren. Bibliotheek en Shop. Vittepraetje. Archief. Lidmaatschap. Links. Contact.

VERHALEN OVER PERSONEN


De koloniale soldaat in Harderwijk

Peter Hendrik van Lonkhuyzen, een stijlvolle architect

Linnaeus was here!

Woutje van de Velde

Eibert den Herder, genie of Don Quichotte?


DE KOLONIALE SOLDAAT IN HARDERWIJK

Met de komst van het Koloniaal Werfdepot in 1815 kreeg Harderwijk te maken met de zgn. kolonialen. Jongens en mannen, ver van huis en onderweg naar de koloniën om daar orde op zaken te houden. Voor Harderwijk had dit het voordeel dat zij vaak aardig wat te besteden hadden en ze bleven maar enkele weken tot een paar maanden. De koloniaal liep feitelijk ver voor op de huidige ontwikkeling, want hij was geen Nederlander maar een Europeaan. Veel Fransen, Zwitsers, Duitsers en Belgen lieten zich overhalen en ronselen om dienst te nemen in het koloniale leger van Nederland, om voor een periode van zes jaar dienst te doen in Nederlands-Indië. Vanuit geheel Europa liepen lijnen naar Harderwijk en wie Europa wilde ontvluchten, om een ongelukkige liefde bijvoorbeeld of om een juridische misstap, toog naar Harderwijk, het stadje aan de Zuiderzee. Nadat hij voor een aantal jaren tekende, kreeg hij een handgeld dat varieerde van 120 tot 300 gulden, een bedrag dat men contant in handen kreeg. Vaak werd dit dan besteed aan genoegens zoals drank en vrouwen. Op dat gebied had Harderwijk veel te bieden.


De kazerne aan de Smeepoortstraat vormde de thuisbasis voor de koloniale soldaten. Hier ontving men enig onderricht en onderging men zijn basistraining tot koloniaal soldaat. Het waren vooral de manschappen die in Harderwijk hun training ontvingen, de officieren waren in Kampen en KMA te Breda gehuisvest. Nadat men de training had ontvangen werd er ingescheept voor een reis over de Zuiderzee en vanaf 1863 per spoor naar de uitvaarthaven. Vervolgens werd er aanvankelijk per zeilschip en later per het stoomschip naar de Oost of de West gevaren. Na een reis die maanden kon duren en die onderweg vaak de nodige slachtoffers vroeg, bereikte men zijn bestemming. Hier werd de koloniaal verder geschoold en vervolgens bij zijn regiment ingedeeld en ging de tocht het tropische Indië in. Er waren voortdurend brandhaarden, opstanden of oorlogen tegen de Nederlandse overheersers. Ook had men te lijden aan tropische ziekten zoals malaria of gele koorts die tientallen slachtoffers vroegen. Veel militairen probeerden dan ook te deserteren, iets waar strenge straffen op stonden. De periode in Nederlands-Indië liet een diepe indruk na. De vreemde cultuur, de temperatuur, de kruiden het voedsel maar ook de manier waarop de Nederlandse overheid haar gezag afdwong. Er vielen duizenden slachtoffers en met harde hand werd de orde hersteld en het gezag gehandhaafd. Nadat de periode was uitgediend, konden de militairen bijtekenen of terug naar Europa, maar dat laatste was ook een flinke onderneming. Wanneer hij uiteindelijk weer in Harderwijk aankwam, kreeg hij het burgerpaspoort en kon het gewone leven beginnen. In het Europa van de 19de eeuw was dat vaak een leven van armoede, een leven aan de zelfkant van de samenleving, daar de ex-koloniaal laag in aanzien stond.

PETER HENDRIK VAN LONKHUYZEN, EEN STIJLVOLLE ARCHITECT

Architect van Lonkhuyzen heeft een bekende naam in de architectuur en een nog bekendere naam in Harderwijk waar hij tientallen bouwwerken heeft gerealiseerd. Als architect was hij breed georiënteerd en bouwde zowel gewone woonhuizen als indrukwekkende bouwwerken. Scherpe daken en brede overkappingen, bekend van de de jaren dertig stijl, waren zijn kenmerk en deze stijl is ook tegenwoordig (weer) populair. In Harderwijk zijn de door hem gebouwde objecten goed herkenbaar. Zijn opleiding volde hij bij Bazel in Amsterdam en Tiemens in Arnhem en in 1912 vestigde hij zich in Harderwijk. Van Lonkhuyzen bouwde in de tijd van de grote architecten Cuypers (Centraal Station) en Berlage (Beurs van Berlage) en iets van de grandeur schemert ook door in zijn bouwstijl. Een van zijn eerste bouwwerken was de bouw van een Christelijk tehuis voor Militairen in Harderwijk. Het was belangrijk dat militairen, in hun vrije tijd konden verpozen in een omgeving waar ze onder gelijkgezinden verbleven, zodat ze het café niet opzochten. Elke zichzelf respecterende richting beschikte dan ook over een tehuis van eigen signatuur. Dat gold voor de Rooms katholieken, de protestanten, de humanisten en zelfs voor de Joodse militairen.


Toen de stadsboerderijen in de binnenstad moesten verdwijnen, diende voor hun bewoners vervangende woonruimte te worden gecreëerd. Van Lonkhyzen kreeg de opdracht en ontwierp in de hoek van de toenmalige Stadsweiden het ‘Nachthok’, een karakteristiek wijkje met boerderijachtige woningen. Het Nachthok bestaat sinds 1921 en de huizen zijn, mede door een ingrijpende renovatie nog in goede staat. Uniek is het rietgedekte dak, dat de renovatie heeft overleefd.


OGB DesignVan Lonkhyuzen ontwierp nog veel meer in Harderwijk.

De Plantagekerk met de nabij gelegen pastorie is een prachtig voorbeeld van zijn bouwstijl. Het is een echte kerk, met een prachtige spits en een geheel in stijl gebouwde pastorie. Aan de Prins Hendriklaan bouwde van Lonkhuyzen etagewoningen voor onderofficieren en aan de Stationslaan verschenen officierswoningen voor de in Harderwijk gelegerde militairen.

Ook de inmiddels verdwenen Fino soepfabriek (California) was van zijn hand. Van Lonkhuyzen voelde zich niet te goed voor het kleinere werk. Aan de Kuipwal bouwde hij 14 woningen voor woningbouwvereniging Volkswelvaart. Een ander in het oog springend object is het Nassau Veluwe College dat veel overeenkomsten heeft met het kantoor van de Heidemij in Arnhem. Dat kantoor was destijds ontworpen door zijn vroegere leermeester Bazel. In Harderwijk zijn nog op diverse plaatsen de door van Lonkhuyzen ontworpen woningen te herkennen.


Hij had aandacht voor bouwkundige details, steile daken en schuin gemetselde druklagen boven de ramen. Wie zijn stijl een herkend zal de door hem ontworpen huizen niet kunnen missen. Van Lonkhuyzen heeft zijn architectonische visitekaartje in Harderwijk afgegeven op een manier die de stad mooier heeft gemaakt. Ook nu heeft hij nog invloed. Tegenwoordig vindt zijn stijl veel navolging, zowel aan de Mecklenburglaan, Drielanden als in Frankrijk zijn huizen te vinden die de kenmerkende jaren dertig stijl van Peter Hendrik van Lonkhuyzen in zich dragen.

LINNAEUS WAS HERE!

OGB DesignCarolus Linnaeus is in zijn geboorteland Zweden een grootheid wiens status die van Rembrandt in Nederland evenaart. Iedereen kent zijn naam en zijn levenswerk, het categoriseren en indelen van alle soorten organismen in het planten- en dierenrijk.

Dit deed hij met behulp van de Latijnse naamgeving die tegenwoordig nog steeds van toepassing is. Met deze indeling en naamgeving en bedacht de arts, bioloog en plantkundige Linnaeus een systeem dat al ruim 300 jaar dienst doet. Linnaeus werd in 1707 geboren.


Deze kleine Zweed ging voor zijn promotie naar Harderwijk waar hij promoveerde aan de Gelderse Academie, de Universiteit van Harderwijk, die in 1648 werd opgericht. Linnaeus kwam naar Harderwijk omdat de promotie naar de doctorstitel aan deze universiteit snel en goedkoop kon plaatsvinden. Daarmee was hij niet de enige, want in zijn tijd kwamen veel studenten juist voor deze combinatie naar het stadje aan de Zuiderzee. Men bedacht zelfs een rijmpje om Harderwijk daarmee te voorzien van een etiket, en een beetje te kleuren:

 

Harderwijk is een stad ven negotie

Men verkoopt er bokking, blauwbessen

en bullen van promotie


Toch was er niks mis met het streven om snel te promoveren, en bovendien waren niet alle studenten even goed bij kas. Er zijn in Harderwijk dan ook veel geleerden afgestudeerd.

Veel tijd bracht Linnaeus overigens niet door in onze stad, maar hij heeft er zeker rondgewandeld en inspiratie opgedaan voor zijn dissertatie en de daaraan gekoppelde promotie.

LINNEAUS WAS HERE! Is dan ook iets waarop Harderwijk zich met recht mag beroepen. Na zijn promotie vertrok Carolus Linnaeus naar de omgeving van Heemstede waar hij onderzoek deed naar de flora en fauna. De Linnaeushof in Bennebroek herinnert daar nog aan. Later ging haar terug naar het Zweedse Uppsala waar hij zijn beroemdste werk SPECIES PLANTARUM, over de indeling van de soorten schreef.


In Harderwijk herinnert het Linnaeustorentje ons aan de kleine Zweed met de grote naam, toen het in 2007 driehonderd jaar geleden was dat Linnaeus werd geboren werd dat wereldwijd gevierd. Vooral in Harderwijk waar dit fenomeen een ware culturele explosie veroorzaakte. Toneelstukken, exposities, voorstellingen en lezingen werden gehouden en van de bijna 100 evenementen in het Linnaeusjaar vonden er maar liefst 45 in Harderwijk plaats.


Het kan niet anders of we moeten wel trots zijn op deze kleine man die zo’n groots werk verrichtte. Dat zijn we omdat hiermee ook onze voormalige universiteit een zweem van belangrijkheid en geleerdheid krijgt toebedeelt. En we staan toch liever bekend om onze universiteit dan om het koloniale werfdepot, die wel het gootgat van Europa werd genoemd.

We zijn liever beroemd dan berucht, en daar is niks mis mee. De universiteit sloot op last van Napoleon in 1812 haar deuren, maar de geur van geleerdheid nemen ze ons niet af.

Met dank aan Linnaeus!

WOUTJE VAN DE VELDE

De Eerste Wereldoorlog, die vanaf 1914 tot 1918 woedde, kende miljoenen slachtoffers

en velen daarvan hebben zelfs geen graf gekregen. Ze zijn als het ware opgelost in de verwoeste loopgravenstrijd in België en Frankrijk en er zijn nauwelijks determineerbare resten van deze strijders teruggevonden. Hun namen staan vermeld op plaquettes en monumenten, maar waar ze liggen weet niemand. Nederland bleef in deze oorlog neutraal en kende geen slachtoffers.

Toch was er één heel bijzonder slachtoffertje, wiens stoffelijk overschot begraven ligt in Harderwijk. Haar naam is Woutje van de Velde.


Toen in 1914 de oorlog uitbrak gingen, na de bezetting van hun land, veel Belgen op

de vlucht naar Nederland. Ze werden zo goed en zo kwaad als dat ging opgevangen

in vluchtelingenkampen die her en der uit de grond werden gestampt. Ook Harderwijk kende een aantal van dergelijke kampen, het grootste daarvan lag op de plaats waar later de WGF kazerne werd gebouwd. (tegenwoordig Bouw & Infra Park) In eerste instantie werden de Belgisch militairen ‘achter het prikkeldraad’ gehouden, geïnterneerd dus, maar naarmate de oorlog langer duurde, werden de regels versoepeld. Zo mochten de mannen in het weekeinde een pintje drinken in de stad en bezochten daarvoor cafés in de stad, daar had Harderwijk toen veel van .


Op een zo’n avond moet het gebeurt zijn, 13 januari 1917 kwam de Belgische korporaal H.V. de zesjarige Woutje van de Velde tegen. Hij vergreep zich aan het meisje en bracht haar om het leven. De misdaad veroorzaakte grote ontsteltenis, zowel in Harderwijk als in het vluchtelingenkamp. Bij de begrafenis werden dan ook namens de officieren en geïnterneerden kransen gelegd en een afvaardiging van de kampbewoners bracht een bezoek aan de geschokte familie.


OGB DesignDe dader werd door een militaire krijgsraad tot 15 jaar tuchthuis veroordeeld maar werd later in hoger beroep vrijgesproken. Hij werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en opgenomen in een krankzinnigengesticht waar hij niet veel later is overleden.

De Belgische regering wilde na de oorlog een gebaar maken en kocht voor Woutje van der Velde een graf op begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk. Dit stelt een boom voor, die, nog voordat ze tot wasdom kwam, is afgekapt. Het graf ligt niet ver van het Belgische militaire ereveld dat ook op Oostergaarde ligt. Zo zijn verschillende slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog in de dood herenigd en is een van de weinige Nederlandse slachtoffers van WO-1, een onschuldig meisje van zes jaar.

EIBERT DEN HERDER, GENIE OF DON QUICHOTTE?

In 1950 overleed de Harderwijkse zakenman Eibert den Herder. Hij was berooid en teleurgesteld en van zijn vele plannen was uiteindelijk weinig terecht gekomen. Vanuit zijn huis kon hij in de verte het geluid van de sleepboten en werkschepen horen. Die waren hard aan het werk om de Knardijk, de dijk van de polder Oostelijk Flevoland aan te leggen. Eibert den Herder had zich zijn levenlang ingezet om de inpoldering tegen te houden, maar zijn missie was mislukt. Aan het einde van zijn leven waren de werkzaamheden zelfs in de buurt van Harderwijk te zien en te horen.


OGB DesignEibert den Herder was geboren als zoon van een binnenvaartschipper, die met zijn schip ‘Vertrouwen’ op Amsterdam voer. Vaak bestond de lading van het schip uit brandhout. De moeder van Eibert overleed jong en vader Teunis nam zijn kinderen aan boord, gaf hen zelf les en daarnaast werkten ze natuurlijk mee aan boord. Daarom leerden ze ook veel over de

Zuiderzee die ze bevoeren. Toen het met de vrachtvaart minder werd maar er veel anjovis werd gevangen ging Teunis over op vissen en werd de ´Vertrouwen´ omgebouwd tot vissersvaartuig en de familie wist daarmee veel geld te verdienen.

Eibert en zijn broer dachten dat ze meer geld konden verdienen met de handel en ze begonnen in Harderwijk een vishandel en visdrogerij. Ze lieten anderen voor zich varen en verkochten garnalen en gedroogd visafval dat als voer aan de vele eendenhouderijen werd verkocht. Eibert den Herder had een tomeloze energie en werd o.a. voorman voor de vissers en voorzitter van de middenstandsvereniging. Daarnaast zat hij voor de CHU in de gemeenteraad. Hij had vaak grote plannen en kwam daardoor nogal eens in conflict met de zittende burgemeester, burgemeester Kempers. Een van de plannen waar Eibert den Herder zich voor inzette was de aanleg van een vaargeul door een zandbank voor de kust van Harderwijk. Hierdoor werd Harderwijk bereikbaar voor grotere schepen. Toen deze vaargeul was aangelegd begon hij met een stoombootdienst op Amsterdam en al snel bezat hij meerdere schepen.


De dreigende inpoldering bracht zijn inkomsten in gevaar en daarom verzette Den Herder

zich hevig. Hij schreef lange stukken in de krant, maakte brochures en pamfletten en haalde berekeningen van de het miniserie van Verkeer en Waterstaat onderuit. Uiteindelijk maakte hij zelfs een film waarmee hij stad en land afreisde om medestanders te werven. Met zijn eigen politieke partij, de Zuiderzeepartij, wilde hij ook politieke invloed uitoefenen, maar dat mislukte jammerlijk. De politieke partij kwam niet van de grond. Zakelijk gezien kreeg hij veel last van de crisis en de uitgebroken oorlog. De kalkzandsteenfabriek (die hij samen met zijn broer Beert bezat) ging failliet en zijn schepen werden door de Duitsers in beslag genomen en door de Engelsen gebombardeerd. Eibert den Herder ging toen maar schrijven

en schilderen en hij schreef een tweetal romans en maakte bijna zeventig schilderijen van schepen en visserijtaferelen. Intussen waren de werkzaamheden voor de inpoldering gewoon doorgegaan. In 1932 werd de Zuiderzee door de afsluitdijk een binnenmeer. Vervolgens werden de Wieringenmeer-polder, de Noord-Oost polder en Oostelijk Flevoland aangelegd.


De dijk van deze polder liep o.a. naar Harderwijk en juist daar werd hard gewerkt toen Eibert den Herder overleed. De erkenning voor zijn inzet kwam pas later toen hij een standbeeld kreeg in Harderwijk, vlak bij de plaats van zijn vroegere fabriek. Daar kijkt hij nu uit over zijn geliefde stad en de vele toeristen die er dankzij zijn stoombootdienst nog steeds in groten getale komen.


Bron: Herinneringen aan Oom Eibert//Passagiersschepen in Harderwijk, 2010 Herderewich.