CAROLUS LINNAEUS
_______________________________________________________________________________
Op woensdag 23 mei 2007 herdacht de Oudheidkundige Vereniging Herderewich dat Carolus
Linnaeus op die dag 300 jaar geleden geboren werd. Wethouder H. Schipper van Cultuur
bevestigde een bloemenkrans aan het Linnaeustorentje. Waar Linnaeus sinds 1869 vanuit
het torentje kijkt over de Academiestraat. Speciaal voor deze gelegenheid was er
gekozen voor bloemen met passende tinten. Geel en Blauw.
De kleuren van de Zweedse vlag en ook die van Harderwijk. Hier zijn de geel blauw getinte bloemen zijn neergelegd. Dit zijn de kleuren van de Zweedse vlag, maar ook die van Harderwijk.
In zijn herdenkingswoord memoreerde de wethouder dat Linnaeus klein van stuk was, 1meter 54, maar uitgroeide tot een groot wetenschapper. Nog steeds wordt zijn systeem voor het benoemen van planten gebruikt. Harderwijk kan er trots op zijn dat hij aan de Harderwijker Academie promoveerde.
Na deze plechtigheid ging het gezelschap naar de Catharinakapel, de plaats waar Linnaeus in 1735 zijn doctorstitel behaalde. Hier hield mevrouw Jorieke Rutgers het tweede deel van haar lezing over deze wereldberoemde Zweed. In haar eerste lezing, die ze voor de Vrienden van het Stadsmuseum hield, behandelde ze de jonge Linnaeus. In het tweede deel kwam de oudere Carl Linné aan bod.
Linnaeus kon in de Nederlanden uitgroeien tot een beroemde geleerde doordat belangrijke
personen zoals Gronovius, George Clifford hem hielpen. Vooral George Clifford, die
hem de baan van lijfarts en hortolanus aanbood. Bij Clifford op de Hartekamp wist
Linnaeus een bananenboom tot bloei en vruchten te brengen. Hij deed dit met kunstmatige
tropische regen. Vele weten-
Hij is begraven in de kathedraal van deze stad, dicht bij de ingang. Mevrouw Rutgers behandelde ook een aantal leerlingen van Linnaeus. Hij stimuleerde zijn leerlingen om op onderzoek uit te gaan en de wereld in te trekken.
Pehr Kalm bezocht Noord-
_______________________________________________________________________________
Carl Linné werd geboren op mei 1707 te Råshult, in de provincie Småland. Zijn ouders waren Nils Ingemarsson Linné en Christina Brodersonia. Zijn vader was luthers predikant, die met het telen van bloemen wat bijverdiende.
Linnaeus jeugdjaren
In 1708 verhuisde het gezin naar Stenbrohult, een plaatsje in Zuid-
Linnaeus in Nederland
In het voorjaar van 1735 besluit Carl om naar Nederland te vertrekken om daar te
promoveren. Hij reisde via Denemarken, Jutland en Sleeswijk-
Op 17 juni ’s morgens vroeg komt Carl per schip in Harderwijk aan. Door zijn promotor Johannes de Gorter wordt hij op 18 juni in het Album Studiosorum ingeschreven. Hij legt daarna met goed gevolg een examen af, dat hem tot "candidatus medicanae" maakt. Het manuscript van zijn proefschrift wordt goed gekeurd en kan gedrukt worden. Zondag de 20e juni gaat hij er mee naar de drukkerij van erven Jan Rampen.
De dagen daarop botaniseert hij met David de Gorter, de zoon van zijn promotor. "Genoeglyke
avonden bracht het tweetal door ", volgens David de Gorter in zijn "Leevensbericht
van den grooten Natuurkenner Carel Linnaeus". Dit resulteerde in een levens lange
vriendschap. David de Gorters "Flora Gelro Zutphanica" uit 1745 is gerangschikt volgens
het systeem van Linnaeus.
Op de 23e juni verdedigt Carl Linné met goed gevolg zijn proefschrift "Hypothetis nova de februm intermittentium causa", een nieuwe hypothese over de oorzaak van wisselkoortsen.
De promotie zal waarschijnlijk plaats hebben gevonden op de boven verdieping van de Catharinakapel. De assessoren waren de theoloog Bernardus Sebastiaan Cremer, de geschiedkundige Johannes Christophor Struchtmeyer en de wiskundige Joannes Henricus van Lom. De Gorter zijn oordeel luidt: "Dat ik bij den geleerden Zweed, thans den jongen doctor in de medicijnen, Carolus Linnaeus, een ongewone kennis en geleerdheid heb aangetroffen, niet alleen in alle onderdelen der artsenijkunde, maar ook in de botanie, betuig ik met mijn handtekening." In zijn almanak schrijft Linnaeus: "Linnaeus Doctor creatis fuit Harderovici".
De volgende avond brengt het beurtschip hem terug naar Amsterdam. Hij gaat weer naar
professor Burman, die zijn naam in zijn Album amicorum zet. In huize Burman kan Linnaeus
naar hartelust studeren in de bibliotheek, de herbaria en tekeningen van zijn gastheer.
Tijdens Linnaeus’ verblijf werkte Burman aan zijn Thesaurus Zeylanicus. Dit boek
moet grotendeels klaar zijn geweest, toen Linnaeus in Amsterdam aankwam. Het voorwoord
is gedateerd op 30 november 1736. Burman noemt daarin terzijde “die geleerde Zweed
Carolus Linnaeus die zich door zijn onlangs uitgegeven botanische werken een beroemde
naam verworven heeft.” Linnaeus werkte bij Burman aan zijn Genera plantarum, waarin
hij het genus Burmannia publiceerde. Hij verwijst daarbij naar de afbeeldingen in
Burmans Thesaurus Zeylanicus. Burman publiceerde daarin, naast zijn eigen beschrijving
van de plant, ook die van Linnaeus. De twee heren citeerden elkaar uit hun manuscripten.
De 29e juni reist Linnaeus naar Leiden. Hier bezoekt hij de Hortus, de botaniehoogleraar
Adriaan van Roijen en de medicus Johan Frederik Gronovius. De laatste brengt Linnaeus
in contact met Herman Boerhaave. De 66 jarige medicus schrijft in Linnaeus' album:
"Simplex veri sigillum" (Eenvoud is het kenmerk van het ware). Gronovius en Schotse
geleerde Isaac Lawson zorgden er voor dat Linnaeus' Systema Naturae wordt uitgegeven.
Hierin geeft hij een volledig systeem van de planten-
Kort daarna reist Linnaeus naar Amsterdam terug en logeert bij professor Burman. Hier ontmoet hij, door tussenkomst van Boerhaave, de Amsterdamse bankier George Clifford. Deze is de eigenaar en bewoner van De Hartecamp, een landgoed tussen Haarlem en Bennebroek.
De buitenplaats bevatte o.a. een siertuin, menagerie, oranjerie en vier tropische kassen.
Clifford beschikte bovendien over een rijke botanische bibliotheek en een herbarium met ruim tweeduizend exemplaren. Het herbarium bevatte niet alleen planten van het landgoed, maar ook exemplaren die hij van Boerhaave, Van Royen, Gronovius, Burman en Roëll had ontvangen.
In het voorjaar van 1736 gaan Linnaeus en Burman bij Clifford op bezoek. Hij krijgt
de functie van lijfarts en privé-
Het kleinwerkje, "Musa Cliffortiana", waarin hij de eerste bloei in Europa van de bananenplant beschrijft en het klassieke werk "Hortus Cliffortianus" (1737). Hierin worden 2500 plantensoorten uit de tuin van Clifford beschreven. Het werkje wordt verlucht met een zevental platen. De uitgave heeft Clifford ongeveer een ton gekost. De aanbieding om de tropen te bezoeken en daarna een hoogleraarschap in Holland weigert Linnaeus. In 1738 verlaat Carolus Linnaeus De Hartecamp en gaat via Parijs terug naar Zweden. Linnaeus nam Cliffords tuinman Dietrich Nietzel met zich mee, wat Clifford bepaalt niet kon waarderen. In totaal werden 14 geschriften van Linnaeus in Nederland uitgegeven.
Terug in Zweden
Schoonvader Moraeus was tevreden met Linnaeus’ prestaties. Het huwelijk met Sara Moraeus mocht nu worden voltrokken. Linnaeus was enige jaren arts bij de Zweedse admiraliteit.
Mede door zijn aansporingen werd in 1741 de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen
gesticht. In hetzelfde jaar werd hij hoogleraar in de medicijnen te Uppsala en in
1742 in de plantkunde. Vervolgens volgde in 1747 zijn aanstelling tot lijfarts van
de Zweedse koning. In 1751 publiceerde hij zijn hoofdwerk, de Philosophia botanica.
In dit zeer invloedrijke werk introduceerde Linnaeus het systeem dat hem wereldberoemd
zou maken: de binaire (of binominale) nomenclatuur. Dit behelsde de indeling van
het dieren-
De eerste naam geeft de groeps-

| De Vischpoort |
| Harderwijk als garnizoensstad |
| Carolus Linnaeus |
| Hanze en Harderwijk |
| Genealogie van Harderwijk |
| Personen |
| Gebeurtenissen |
| Gebouwen |
| Plaatsen |
| In en om de haven |
| Nieuwe foto |
| Vorige foto |
| 2008 |
| 2009 |
| 2010 |
| 2011 |