Oudheidkundige Vereniging “HERDEREWICH”

Laatste Nieuws. Activiteiten. Vereniging/Vischpoort. Harderwijk. Hierden. Verhalen over .... 2e Wereldoorlog. Onze sponsoren. Bibliotheek en Shop. Vittepraetje. Archief. Lidmaatschap. Links. Contact.

VERHALEN OVER IN EN OM DE HAVEN VAN HARDERWIJK


Het Dolfinarium

De geschiedenis van het motorschip Uddelermeer

De Kasteel Staverden


HET DOLFINARIUM

Al bijna 50 jaar is het de grote publiekstrekker in Harderwijk en bijna iedereen kent het Dolfinarium. Er wordt wel gezegd dat je er drie keer in je leven heen gaat; de eerste keer als kind, de tweede keer met je eigen kinderen en de derde keer met je kleinkinderen. Als je in Harderwijk woont, ga je er natuurlijk vaker heen. Hoe is dat Dolfinarium eigenlijk ooit begonnen?

Eibert den Herder, een bekende Harderwijker zette zich rond 1920 in voor een degelijke vaargeul naar Harderwijk. Hij vond dat ook grotere schepen naar Harderwijk moesten kunnen komen, en toen die vaargeul in 1925 gereed was begon hij met een lijndienst voor passagiersschepen.

Deze lijndienst werd een groot succes en duizenden dagjesmensen kwamen met de boot naar Harderwijk. Om deze recreanten enig vertier te bieden liet Den Herder een stukje strand opspuiten waarop hij een theehuis liet bouwen. Dat was het prille begin van het toerisme in Harderwijk.


Na de Tweede Wereldoorlog namen de zoons van Eibert, Frits en Coen den Herder de zaken over en begonnen met de Verenigde Toeristen Bedrijven. In eerste instantie gingen ze met rondvaartboten toeristen rondvaren langs de gestarte Zuiderzeewerken. Het strandje werd uitgebreid met een camping en een aantal speeltoestellen. Om de toeristen en dagjesmensen in Harderwijk te houden bedachten de broers steeds nieuwe attracties en de speeltuin kreeg steeds grotere speeltoestellen. Vissers hadden in die tijd als nog wel eens een zeehond in hun netten en die kregen een klein bassin op dat strandje. Ome ‘Piet Graffijland’ voerde ze en maakte daar altijd een mooie show van, die veel belangstelling trok. Het zeehondenbassin werd uitgebreid met Californische zeeleeuwen en werd het Robarium genoemd.


Frits den Herder ging zich steeds meer interesseren voor zeezoogdieren en in 1965 haalde hij de eerst vier dolfijnen naar Harderwijk, en zo begon het eerste Dolfinarium in Europa en dat werd mede door de televisieserie Flipper een enorm succes. Zo’n succes dat er al in 1969 een nieuw gebouw met 2.500 plaatsen werd neergezet, de bekende blauwe koepel. Er werd gesleuteld aan de shows en er kwamen steeds nieuwe dieren bij, zeeleeuwen, walrussen en zelfs een Orca, met de naam Gudrun.


Het Dolfinarium werd dé trekpleister van Harderwijk en trok wel zo’n 800.000 bezoekers per jaar. Door slechte bedrijfsvoering ging het Dolfinarium in 1982 failliet maar kon wel een doorstart maken. Uiteindelijk gingen het Veluwestrand en Dolfinarium samen in een bedrijf en kwamen in Franse handen. Er kwamen veel vernieuwingen en in 1997 werd een mooie lagune geopend. Het zeezoogdierenpark is nog steeds een trekpleister van formaat en zorgt ervoor dat er elk jaar honderdduizenden toeristen naar Harderwijk komen. Bezoekers vinden het allemaal prachtig en genieten van de Dolfijnen en de andere dieren. Het Dolfinarium bestede altijd veel aandacht aan educatie en werd een steunpunt voor zeedieren in nood, SOS Dolfijn. In 2015 bestaat het Dolfinarium 50 jaar.

DE GESCHIEDENIS VAN HET M.S. UDDELERMEER

Ook een schip kan een boeiende geschiedenis hebben. Dat geldt zeker voor de Uddelermeer een klein motorschip dat in het verleden haar thuishaven in Harderwijk had. Het schip werd in 1927 aangekocht door de directie van de Holland Veluwe Lijn als tweede schip voor de lijndienst Amsterdam - Harderwijk, die een enorm succes was. Naast de raderboot Stad Harderwijk was OGB Designer behoefte aan een tweede schip en dat werd de ‘stijlsteven’ Uddelermeer.

De naam van het schip was afgeleid van een der aandeelhouders, die in de buurt van het Uddelermeer woonde en het was een schip met vele kwaliteiten. Naast een ‘luxe’ salon’ beschikte het schip over een buitendek en een vrachtruim, zodat het schip naast passagiers de nodige lading kon vervoeren. Naast voortstuwing door de dieselmotor kon de Uddelermeer een zeil voeren, handig om brandstof te besparen en tevens behulpzaam om de snelheid van het schip te vergroten. Het schip ging, samen met de Stad Harderwijk, varen op de lijndienst Amsterdam - Harderwijk


Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Uddelermeer door de Duitse bezetters gevorderd en bewapend om konvooien te begeleiden over de binnenwateren. Het werd in de kleuren van de Kriegsmarine geschilderd, bepantserd en voorzien van boordgeschut. De Uddelermeer, gebouwd als vriendelijk passagiersschip was ineens een oorlogsbodem geworden. Uiteraard was dat niet zonder risico’s want Engelse jachtvliegers maakten graag jacht op de Duitse schepen. Het is dan ook ‘meer geluk dan wijsheid’ dat de Uddelermeer ongeschonden de oorlog doorkwam.


OGB DesignNa de oorlog eiste Eibert den Herder, de Harderwijker reder zijn schip weer op en verbouwde het opnieuw tot passagiersschip. Om de vervelende periode in de oorlog te vergeten werd de naam verandert in MS Ermelo. De Ermelo maakte jarenlang deel uit van de vloot van de Holland Veluwe Lijn en maakte duizenden rondvaarten over het IJsselmeer, langs de Zuiderzeewerken en de aanleg van de nieuwe polders. Duizenden bezoekers wilden wel eens zien hoe de Hollanders land maakten uit de zee en scheepten zich in op de Ermelo, waarvan de naam later nogmaals veranderde in m.s. Veluwe. Toen de Holland Veluwe Lijn over ging in de Verenigde Toeristen Bedrijven en in Rederij Flevo ging de Veluwe mee als vast onderdeel van de vloot.


OGB DesignBegin 2005 werd de Veluwe verkocht aan rederij Halfland in Rotterdam en nu maakt het schip onder de naam MS Zuiderzee rondvaarten in de haven van Rotterdam. Het is inmiddels een oudje, maar wel een met karakter en het schip misstaat dan ook niet tussen de havenreuzen in Rotterdam. Integendeel, trots kiest het zijn koers en laat de passagiers genieten van de drukte in deze prachtige havenstad. De Zuiderzee kan nog jaren mee.



DE KASTEEL STAVERDEN

Ze kwam (in 1931) nog net op tijd naar Harderwijk om het 750-jarige bestaan van de stad mee te vieren, en dan natuurlijk als ‘vlaggenschip’, voor minder deed ze het niet. We hebben het over de Kasteel Staverden, het 3de en mooiste schip van de Holland Veluwe Lijn en de trots van reder/eigenaar Eibert den Herder. Ze was ook net op tijd om de Zuiderzee nog te bevaren, want één jaar later, in 1932, werd die trotse binnenzee afgesloten door de Afsluitdijk en veranderde voorgoed in het IJsselmeer, een meer steeds meer beperkt en ingeklemd door dijken en polders.


De Kasteel Staverden was het modernste passagiersschip van haar tijd en het kende een voor haar tijd ongekende luxe waaronder een paar enorme dieselmotoren, fraaie binnensalons, een elektrische installatie en een geluidsversterker. Onderin het schip was een groot vrachtruim waarin behalve vracht ook fietsen vervoerd konden worden, want dat werd haar belangrijkste vracht. De Kasteel Staverden ging op dOGB Designe lijndienst van Harderwijk naar Amsterdam varen.


De passagiers bestonden uit dagjesmensen en toeristen die een bezoek aan de Veluwe brachten. Ze omzeilden de lange fietstocht door met de fiets aan boord van de Kasteel Staverden in te schepen. In Harderwijk werden ze met fiets en al aan wal gezet en konden hun tocht vervolgen. Met de Kasteel Staverden beschikte de Holland Veluwe Lijn over drie passagiersschepen en was ze op het hoogtepunt van haar bestaan. Duizenden scheepten zich in en genoten van de tocht over het IJsselmeer. Door toenemende concurrentie viel er op termijn nog maar weinig te verdienen aan de lijndienst. Er kwamen steeds meer rederijen en schepen bij en de tarieven kelderden dramatisch. De Holland Veluwe Lijn werd in die concurrentiestrijd overgenomen door een Rotterdamse reder en ging bijna failliet. Een geldinjectie door Harderwijker notabelen kon dat nog maar net voorkomen.


De Tweede Wereldoorlog luidde voor het schip en haar bemanning een roerige tijd in. De Duitse bezetter wilde het schip vorderen als hospitaalschip en voor de Engelse bommenwerpers was het een mooie schietschijf. In de haven van Harderwijk werd het schip met bommen bestookt waarbij verschillende mensen om het leven kwamen en bij Huizen werd het schip door jagers beschoten. ‘’s Avonds voeren we met een sloep naar het schip om de kogelgaten met houtproppen dicht te stoppen’, vertelde de toenmalige kapitein Miedema.


Na de oorlog werd de Kasteel Staverden ingrijpend verbouwd en een flink aantal meters verlengd, er konden wel 1.500 passagiers aan boord. Het schip ging met toeristen langs de Zuiderzeewerken varen, want iedereen wilde wel eens zien hoe de Hollanders land uit water maakten. Een andere bestemming vond de Kasteel Staverden toen ze door het Nederlandse Rode Kruis werd gehuurd om als hospitaalschip met zieken te varen, dat deed ze een tiental jaren lang. Door strengere eisen van de scheepvaartinspectie verloor het schip daar haar vergunning voor en ging toen varen als rondvaartboot vanuit Harderwijk langs de polders en Zeewolde. Eind jaren negentig werd het schip uit de vaart gehaald en lag het een aantal jaren in de Industriehaven. In 2004, na een strenge vorstperiode knapten een aantal buizen en zonk het schip aan de kade. Het werd als oud ijzer verkocht en omgesmolten voor een andere bestemming. Jarenlang maakte de Kasteel Staverden, genoemd naar de woonplaats van de belangrijkste aandeelhouder, prominent deel uit van het havengezicht van Harderwijk.