Oudheidkundige Vereniging “HERDEREWICH”

Laatste Nieuws. Activiteiten. Vereniging/Vischpoort. Harderwijk. Hierden. Verhalen over .... 2e Wereldoorlog. Onze sponsoren. Bibliotheek en Shop. Vittepraetje. Archief. Lidmaatschap. Links. Contact.






Archief Protocolle

Een boekwerk waarin het onroerend goed staat vermeld dat "bezwaard" is met een schuld. Een interessante bron als je ook wil weten waar je voorouders woonden en wie eventueel hen geld leenden

om dat huis te kopen






















Archief

Een blik in één van de vele rolstellingen in ons Gemeentearchief






















Catharinakapel

Begin 1900, de lokatie

waar aanvankelijk de

Rooms-Katholieke kinderen werden gedoopt en

later de Waalse






















Charter

Voorbeeld van een oude akte

uit het Burger Weeshuis






















De Grote of

Onze Lieve Vrouw kerk

Waar vóór de reformatie iedereen werd gedoopt en daarna het Protestantse deel van onze bevolking

ca. 1930






















De Protestantse

Hierdense kerk 1981






















Het Pius-ziekenhuis

Waarin vele Harderwijkertjes zijn geboren en

vele oude zijn overleden






















Bethelbewoners

circa 1945






















Obadja

De zondagschool in de Bruggestraat waar nu

de gokhal staat.


GENEALOGIE VAN HARDERWIJK (met dank aan K. Ch. Uittien)


Gegevens uit ons Oud Rechterlijk Archief van Harderwijk

Burgerlijke stand vanaf 1811

Bevolkingsregisters Harderwijk 1850 - 1939

De Gezinskaarten

De huisnummering in Harderwijk van 1795 tot 1920

Militaire stamboeken (betr. kolonialen)

Telefoonboek van Harderwijk uit 1950


_________________________________________________________________________________

GEGEVENS UIT ONS OUD RECHTERLIJK ARCHIEF VAN HARDERWIJK

Een belangrijke werkgroep van onze verenging, de Werkgroep Genealogie, heeft het weer een mijlpaal bereikt. Deze keer is het Mevrouw S.M. Jacobs, een thuiswerker, die haar werk aan inventarisnummer 3 uit het Oud Rechterlijk Archief van Harderwijk heeft voltooid.


Het is getiteld "Resolutieen en Sententien in cas van gelt-boeten en corporele als andere straffen", bestrijkende de periode van 1694 tot 1800. Het is een kloek boekwerk geworden van 386 bladzijden, voorzien van een index en een verklarende woordenlijst. Het boek is op de studiezaal van het Gemeentearchief in te zien maar natuurlijk ook desgewenst te downloaden.


Zoals de titel al zegt bevat het boek de justitiële rechtspraak door de Schepenen van Harderwijk. Straffen als "verbanning, zitten op water en brood, enz. Een goed voorbeeld is de straf die Baltus Willemsen op 4 september 1699 krijgt voor het ontvreemden van "drie silvre rijksdaalder-plaaten uijt de mole-camer van de Provinciale Munte alhier" Hij wordt veroordeeld om met "garden om den hals aan de ring voor 't raadhuijs anderen ter exempel te staan" en werd voor de rest van zijn leven verbannen uit Harderwijk. Zo'n economisch delict moest natuurlijk behoorlijk worden bestraft. Maar wat dacht u van Bessel Coning. Hij wordt ervan beschuldigd op de 25 augustus 1699 ingebroken te hebben in de hof van Willem Jacobsen. Zijn straf? Voor 6 jaar verbannen uit Harderwijk! En dan Jan ten Dooijen, oud omtrent 17 jaaren. Hij heeft op 2 december 1791 de vrouw van Hendrik Janszen uitgescholden. Toen zij hem waarschuwde dat ze hem zou aanklagen schijnt hij gezegd te hebben: "ik schijt er wat in". Het komt hem op water en brood in het "Papenkamertje".


_________________________________________________________________________________

BURGERLIJKE STAND VANAF 1811


Wat zijn registers van de burgerlijke stand?

Rechtsfeiten zoals geboorte, huwelijk en overlijden worden door de ambtenaar van de bugerlijke stand van de gemeente waarin dat feit heeft plaatsgevonden vastgelegd in een akte. Aktes van dezelfde soort worden ingebonden. Deze banden vormen samen de serie "registers van de burgerlijke stand".


De soorten registers:

De Burgerlijke Stand is in Zeeland en Limburg in 1795 en in de rest van Nederland in 1811 ingevoerd. De ambtenaren van de burgerlijke stand in een gemeente hielden - onder andere -

3 soorten registers bij:

- registers van geboorten

- registers van huwelijken en echtscheidingen

- registers van overlijden


Huwelijksbijlagen

Dit is een afzonderlijke serie documenten. Het betreft stukken die door de huwelijkskandidaten aan de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn overgelegd, zoals afschriften van hun geboorteakte, akte van huwelijkstoestemming, akte van ontbinding van een voorgaand huwelijk etc. De stukken zijn te vinden via het aktenummer van het huwelijk.


Indexen op naam (klappers of tienjarentafels):

Om de aktes van de burgerlijke stand gemakkelijk te kunnen vinden zijn er index-en op achternaam samengesteld. Deze veelal tienjaarlijkse indexen geven in alfabetische volgorde de namen van de geborenen, gehuwden, gescheidenen en overledenen in een gemeente, met vermelding van de datum waarop de bewuste akte is opgemaakt. U zoekt dus eerst in deze index op naam en raadpleegt vervolgens de registers zelf.


Openbaarheidsbeperking:

De minister van justitie heeft vanwege de privacy een openbaarheidsbeperking gesteld:

- geboorteregisters 100 jaar

- huwelijksregisters en -bijlagen 75 jaar

- overlijdensregisters 50 jaar


INDEXEN

In de indexen (klappers / tienjarentafels) kunt u de volgende gegevens vinden:

- alfabetisch de namen van degenen op wie de akten betrekking hebben

- bij de index op de huwelijken zowel de naam van de bruid als de bruidegom

- de dagtekening van de akte 4 soms het aktenummer


GEBOORTEN

In een geboorteakte kunt u de volgende gegevens vinden:

- naam van het kind

- namen en woonplaats van de ouders

- beroep van de vader

- geboortedatum en tijdstip

- bijzondere vermelding als erkenning, naamswijziging, etc.


HUWELIJKEN

In een huwelijksakte kunt u de volgende gegevens vinden:

- plaats en datum van het huwelijk

- namen, leeftijden van bruid en bruidegom

- geboorte- en woonplaats van bruid en bruidegom

- beroep van bruidegom (en bruid)

- namen, beroep en woonplaats van de ouders

- (eventueel) vermelding van erkenning, huwelijkstoestemming, akte van bekendheid

- namen, beroep en woonplaats van de getuigen


HUWELIJKSBIJLAGEN

In de bijlagen bij het huwelijk kunt u de volgende documenten/afschriften vinden:

- afschriften van de geboorteakten van bruid en bruidegom

- akte(n) van huwelijkstoestemming

- akte(n) van ontbinding van een vorig huwelijk

- bewijs van huwelijksafkondiging

- bewijs van dienen bij de nationale militie

- (eventuele) overlijdensakte(n) van ouders


OVERLIJDEN

In een overlijdensakte kunt u de volgende gegevens vinden:

- naam van de overledene

- plaats, datum en tijdstip van overlijden

- geboorteplaats, -datum, beroep en woonplaats van de overledene

- namen van de echtgeno(o)t(e) en eventuele vroegere echtgeno(o)t(en)

- namen van de ouders van de overledene en hun beroepen en woonplaatsen


_________________________________________________________________________________

BEVOLKINGSREGISTERS HARDERWIJK 1850 - 1939


Wat zijn bevolkingsregisters?

De gemeente wil overzicht houden over wie er in de stad wonen. Daartoe werden vanaf halverwege de vorige eeuw van alle inwoners gegevens genoteerd in boeken of op kaarten, bevolkingsregisters geheten. Dit zijn niet alleen de plaatsen en data van geboorte, huwelijk en overlijden, die u ook in de akten van de Burgerlijke Stand kunt vinden. Ook de plaats waar iemand vandaan kwam of naar toe verhuisde, de adressen waarop iemand ingeschreven stond, godsdienst, beroep en soms nog meer gegevens werden genoteerd. Omdat alle gegevens over één persoon bij elkaar staan, is het raadplegen van deze registers vaak handiger dan die van de Burgerlijke Stand, waar de akten van geboorte, huwelijk en overlijden van één persoon in aparte boeken zijn opgenomen. De geboorte-, huwelijks- en overlijdensgegevens van de Burgerlijke Stand zijn echter de officiële gegevens en de meest betrouwbare. De volkstellingregisters van 1830 en 1840 bevatten gelijksoortige informatie als de bevolkingsregisters. De volkstellings- en bevolkingsregisters over de jaren 1830-1939 zijn bij het gemeentearchief te raadplegen. Het complete bestand is in een aantal periodes onderverdeeld. Op gezette tijden begon men met een nieuwe serie registers, waarin alle dan nog aanwezige inwoners werden opgenomen. Veel personen zult u dus in meer dan één periode van registers aantreffen. De bevolkingsregisters 1885-1918 zijn ter voorkoming van slijtage verfilmd op microfiche. Aan de bovenkant van het fiche staat vermeld wat er precies op staat: eerst het inventarisnummer, daarna welke bladzijden.


Inschrijving

Mensen werden in gezinsverband geregistreerd. Echtgenotes en kinderen staan dus ingeschreven op de naam van het gezinshoofd.


Hoofdserie, supplementdelen en indexen

In de meeste gevallen werd een inwoner ingeschreven in de hoofdserie, die alfabetisch geordend is. Indien hierin geen plaats meer was, dan vond inschrijving plaats in een supplementdeel. In deze delen staan de namen niet in alfabetische volgorde, maar op volgorde van inschrijving. Deze mensen vindt u door ze op te zoeken in de alfabetische indexen die verwijzen naar het deelnummer en de bladzijde. De indexen verwijzen naar alle personen die, om wat voor reden dan ook, niet op de alfabetisch juiste plek in de hoofdserie voorkomen. Let op: in veel indexen staan de achternamen niet in strikt alfabetische volgorde. Er is dan slechts gealfabetiseerd op de eerste letters van een achternaam.


Periodes

Als u weet dat iemand slechts kort in Harderwijk heeft gewoond, zoekt u uiteraard alleen in die periode. Indien iemand er een langere tijd heeft gewoond, b.v. van 1860 tot 1939, kunt u het best in de jongste periode beginnen met zoeken; in dit geval in de gezinskaarten (1920-1939). Over het algemeen kan gesteld worden: hoe recenter de registers, des te betrouwbaarder en vollediger de informatie is. Met name de registers van vóór 1850 bevatten hiaten en (schrijf)fouten.


Verwijzingen

De boeken waarin alles werd genoteerd worden delen of registers genoemd. Elk deel heeft een nummer gekregen, het zgn. inventarisnummer. In de meest recente registers zult u regelmatig verwijzingen aantreffen naar andere inventarisnummers en bladnummers. Deze registers vallen onder: Nieuw Archief Harderwijk (1813-1943).


Overzicht bevolkingsregisters Harderwijk 1830-1939 >

Volkstellingregister 1830, NAH nr. 794, ook digitaal te raadplegen

Volkstellingregister 1840, NAH nr. 796, ook digitaal te raadplegen.

Bevolkingsregister 1850-1855, NAH nr. 789 t/m 809, ook digitaal te raadplegen.

Bevolkingsregister 1855-1862, NAH nr. 810 t/m 814b, ook digitaal te raadplegen.

Bevolkingsregister 1862-1870, NAH nr. 816 t/m 826, nog niet digitaal te raadplegen.

Bevolkingsregister 1870-1880, NAH nr. 833 t/m 838f, nog niet digitaal te raadplegen.

Bevolkingsregister 1880-1885, NAH nr. 840 t/m 845f, nog niet digitaal te raadplegen.

Bevolkingsregister 1885-1918, NAH nr. 847 t/m 852f, nog niet digitaal te raadplegen.

Gezinskaarten 1918-1939, NAH inv. 881, ook digitaal te raadplegen.


_________________________________________________________________________________

DE GEZINSKAARTEN

De gezinskaarten zijn een onderdeel van het Bevolkingsregister (BR), dat sinds 1850 door alle gemeenten moest worden bijgehouden. Men wilde weten wie waar woonde in de gemeente. Dat was belangrijk voor bijvoorbeeld voor het heffen en incasseren van gemeentelijke belastingen. Ook voor de volksgezondheid is het van belang, denk maar aan de vaccinaties die later werden gehouden. Ook de oproep voor de militaire keuring werd geregeld vanuit het BR.


Aanvankelijk werden de gegevens alfabetisch per gezinshoofd of per wijk (adres) bijgehouden in dikke boeken. Op foliovellen was daarin te zien wie gezinshoofd was en wie er allemaal bij hem of haar inwoonde (partner, kinderen, kleinkinderen, stiefkinderen, inwonend personeel) met de persoonlijke gegevens van iedereen bestaande uit: naam, voornamen, relatie tot gezinshoofd, geboorteplaats en -datum, datum van inschrijing, beroep, kerkelijke gezindte, waar en wanneer iemand vandaan kwam en waarheen iemand vertrok, datum en plaats van overlijden en verwijzingen naar andere plaatsen in het Bevolkingsregister


Dit is dus een goede bron om iemand te traceren. Let er op dat er toch wel foutjes in voorkomen, vergelijk de gegevens dus altijd met andere bronnen, bijvoorbeeld de Burgerlijke Stand (BS).


Als iemand vertrok of overleed werd er door diens gegevens een grote streep getrokken. Soms komt de persoon in kwestie enkele regels later weer voor, omdat deze - na een tijdelijke bewoning elders - weer introk in het bewuste gezin, denk bijv. aan dienstplichtigen of studenten.

Eens in de tien a vijftien jaar werd een nieuw register opgemaakt om fouten die in het systeem waren geslopen, te corrigeren. In een archief moet je dus goed opletten welk register van het BR je raadpleegt. Het doorspitten van aansluitende registers, soms in verschillende gemeenten, kan zodoende een aardige levensloop van een gezin opleveren.


Op den duur bevielen de vastbladige registers niet meer. Het was vaak een komen en gaan van mensen met veel verhuizingen. De doorhalingen waren dan ook niet van de lucht en soms werd het een kompleet zootje! Vandaar dat men rond 1920 overging op een systeem van losse kaarten per gezin: de gezinskaarten. Deze werden bewaard in grote laden waarin de kaarten alfabetisch op naam van het gezinshoofd stonden. Bij een verhuizing binnen de gemeente kon men simpelweg een ander adres op de kaart schrijven en klaas was Kees!


Het systeem van gezinskaarten werd rond 1939 vervangen door de persoonskaarten, waarop weliswaar gegevens van een gezin stonden (partner, kinderen en andere inwonenden), maar ook was van elk lid van dat gezin een "eigen" persoonskaart aanwezig. Afijn, dat systeem kent u wel.

Gezinskaarten maken onderdeel uit van het gemeentelijke archief. Ze belopen een periode van 1920-1939. Je moet dus - indien ze zijn bewaard - daarvoor altijd bij een gemeentelijke of regionale archiefinstelling zijn. Bij de rijksarchieven tref je deze bron aan zelden.


Tegenwoordig werkt men op de gemeente met de GBA, de Gemeentelijke Basis Administratie.

Dit is een grote database die centraal per computer wordt bijgehouden. Het grote voordeel (en het grote gevaar) van zo'n computersysteem is, dat bestanden gemakkelijk met elkaar kunnen worden vergeleken. Bij wijze van spreken is een druk op de knop genoeg om allerlei tot dusverre onbekende gegevens te genereren. De wetgever heeft ter bescherming van de privacy deze "koppeling van gegevens" geregeld in de zgn. Koppelingswet. Iedereen heeft trouwens het recht de "eigen" gegevens in het GBA in te zien en desgewenst te laten corrigeren. Dat kun je doen op de gemeentesecretarie van de gemeente waar je woont.


_________________________________________________________________________________

• DE HUISNUMMERING IN HARDERWIJK VAN 1795 TOT 1920


Indeling en nummering van wijken en huizen in Harderwijk

Tot 1795 was de stad in 4 kwartieren ingedeeld.

De kwartieren 1 t/m 3 omvatte het deel binnen de vesting:

De stad en haar schependom (Tonsel en Hierden) waren op 7 december 1796 in 5 wijken verdeeld. De bewoners dezer wijken vergaderden en stemden in afzonderlijke door den Raad aangewezen lokalen, volgens een, de 2e januari 1797 aangenomen reglement. Deze wijkindeling was t.b.v. het bestuur en niet van belang bij de huisnummering.


Invoering huisnummering in 1796

Een huis werd niet aangeduid maar beschreven als “staande naast de behuizinge van ....” of “tussen de behuizingen van .... en ....”. Een voorbeeld uit 1580: “Gerrit Goerts van Gortell en Johanna zijn huisvrouw. verkopen aan Johan Henricks en Geertje zijn huisvrouw. een huis in de Snijderstraat tussen Lambert Styp ten eenre en die Pellecaen ten andere zijde, belast met 200 gulden die Nale Hessels daaruit heeft, onder verband voor de waring van hun huis in de Hoegestraat op de hoek van de Schoenmakerstraat naast Peter Stoeldreyers erfgenamen.“

Raadsvergadering van 7 december 1796, Weth.: Sonnevelt en Van Raalten, Raaden: Wiesel, van Delen, van Laar, Volte, Mulder. De Vrienden van de Burger Commissie binnen staand hebben te kennen gegeven:.....etc. In de marge bijgeschreven: “ De Burger Wiesen heeft de vergadering kennis gegeven dat hij als benoemd geweest zijnde tot de regulering van de oproeping der wijkvergadering en de verdeling der stad in wijken zulks door hem geschied was zijnde dezelve nu in 4 wijken verdeelt en de huizen genormeerd ‘t welk voor natietje is aangenomen met dankzegging voor de genomen moeite.”


Men begon het nummeren van de huizen bij de Smeepoort met huis nummer 1 en eindigde met huis 691 in de buurtschap Tonsel. De tuinen buiten de stad werden apart genummerd van 1 t/m 208 Door toename van het aantal huizen, “inbreien” wordt dat nu genoemd, werd in oktober 1807 door de Raad een resolutie +5) van vernummering aangenomen. De nummers van de tuinen werden nu bij de huisnummers van de stad gevoegd. Het hoogste huisnummer was 691, dat werd 726 en nummerde men door met de tuinen vanaf 727 t/m 932. In de resolutieboeken is verder geen aantekening anders dan de (om)nummering van 1807


Invoering huisnummering van 1850

Op 1-12- 1847 verscheen: “Register van plaatselijke verordeningen en huishoudelijke bepalingen, gedrukt bij Drukkerij L. Wedding, Stadsdrukker. Dit register bevat in de “Eerste Afdeling” de verdeling in wijken en buurten. Daarin staat o.a. dat de stad in 9 wijken wordt ingedeeld, Hierden in 8 buurten en Tonsel 1 buurt. Per wijk werden de huizen doorlopend genummerd. Alle eigenaren der huizen moesten aan de hoofdingang het wijk- en huisnummer in zwarte olieverf aanbrengen. Of de indeling in 9 wijken van 1847 al was doorgevoerd is mij niet gebleken. Kort daarna (raadsbesluit 12-2-1851) verschijnt een publicatie dat het 12 wijken worden: De voorzitter geeft daarop te kennen er door de besluiten nopens het bijhouden der volksregisters noodzakelijkheid heeft bestaan de Gemeente op een andere wijze in te delen, dat als gevolge daarvan art.1 der plaatselijke verordeningen en huishoudelijke bepalingen voor deze stad zal herzien behoren te worden waarop besloten is: Art. 1 aldus lezen: De Stad wordt verdeeld in twaalf wijken.


Het “Provinciaal Blad van Gelderland” publiceert in nr.39 van 15 maart 1851 “Besluit van den 15 Maart 1851 no.1075/7, betrekkelijk de nummering der huizen”. “....uit de jongste 10-jaarlijkse volkstelling is het de minister gebleken dat de nummering der huizen, niet alleen te platten lande, maar ook in de steden zeer veel te wensen overlaat; dat intussen de zorg voor een geregelde nummering der huizen een maatregel is van bestuur van het hoogste belang, als zijnde niet slechts een gerijf voor de politie, voor de rijks- en plaatselijke ontvangers bij de inning der belastingen, voor de dienst der posterijen en voor het krijgswezen, .........” In het zelfde blad maar dan van 1 mei 1859 wordt nogmaals verwezen naar het “zooveel noodig doen nommeren van huizen, volgens de voorschriften medegedeeld bij provinciaal blad nr.39 van 1851".

Op 25 julie wordt daarover nog nadere inlichtingen gegeven.

In het “Overveluwsch Weekblad” van 5 juni 1875 wordt een nieuwe(!) wijkindeling gepubliceerd waarbij de gemeente in 12 wijken wordt verdeeld, genummerd van 1 t/m 9 voor de stad, wijk 10 is Tonsel en 11 en 12 Hierden, zoals die al in 1851 werd ingevoerd.


Invoering huisnummering in 1885

De Raad besloot in december 1883 een nieuwe wijkindeling door te voeren. De gemeente werd ingedeeld in zeven wijken, waarvan vier binnen de muren, één in de buurtschap Tonsel en twee in de buurtschap Hierden. De wijken werden aangeduid met de letters A t/m G. Deze indeling had veel gemeen met de oorspronkelijke 4 kwartieren. De nieuwe wijken A en B kwamen ongeveer overeen met kwartier 1, wijk C ongeveer met kwartier 2 en wijk D met kwartier 3, wijk E met kwartier 4, Tonsel. Wijk F en G werd dus Hierden. Uit het bevolkingsregisters is gebleken dat omstreeks 1890 en 1905 omgenummerd is. Op 22 maart 1919 werd wijk E uitgebreid met de inmiddels bebouwde Stationslaan, Wilhelminalaan, Baanweg e.o. en werd wijk H toegevoegd omvattende het gebied tussen de spoorlijn en de gemeentegrens met Ermelo.

Onder trefwoord: “Verordeningen” vinden we op 28 nov.1884 in de notulen raadsvergaderingen, 26 nov. 1884 Invoering der wijkindeling: “Daarop wordt zonder hoofdelijke stemming besloten de verordening op de indeeling der der gemeente in wijken enz. in werking te doen treden bij navolgend besluit: (zie register der afgekondigde verordeningen NAH inv.243 blz.88vso, 89 en 89vso). Pas in 1920 werd overgegaan op de huidige huisnummering.


Tussen deze bedrijven door werd in 1832 het kadaster ingevoerd. Een administratie van onroerend goed met als oogmerk een rechtvaardiger belastingdruk. Niet alleen werd alles minutieus opgemeten maar kreeg elk perceel een eigen nummering. Harderwijk werd daartoe in Kadastrale Secties ingedeeld. Het centrumgebied van de gemeente werd Sectie E. Ook nu werd doorlopend genummerd van 1 t/m 1087 (de Grote Kerk). Om het wat ingewikkelder te maken begon men niet bij de Smeepoort maar met het gebied achter de Munt, De Wellen en zo buiten de stad om, langs de huidige haven (de molen op de molenbelt werd Sectie E-nr. 22) om bij de Grote Poort pas de stad in te gaan.

N.B. Het aangeduid jaar van dit register werd ontleend aan het schrijven van den Adjunct-maire aan den Sous-préfect te Arnhem dd. 16 Juni 1812, in nr. 1466.


Straatnamen

Onder het kopje “MET NAME” had gemeentearchivaris Joh. Van Hell in 1990 een columm over straatnamen in “De Stadsomroeper”, een gratis huis-aan-huis blad waarin ook de Gemeente allerlei afkondigingenplaatste. Ook in latere krantenartikelen wordt over het onstaan van straatnamen regelmatig geschreven.

Academiestraat, krant 414-393/97

Achterom, krant 466/98

Begijnenlaan, krant 492/99

Blauwverversteeg, krant 258/99 en 547/99

Bondamlaan, krant ?

Brouwersteeg, krant 281/98 en 313/97

Bruggepoort, krant 37,99

Burgtstraat, krant 60/97

Doelenstraat, krant 172/96

Engelserf, krant 274/97

Elsweg, krant 109/99

Hanzewaard, krant ?

Kaatsbaan, krant 414/97

Keizerstraat, krant 451/99

Kerkstraat, krant 52/97

Kuipwal, krant 23/97

Mandenmakerstraat, krant 327/97

Markt, krant 521/99

Luttekepoortstraat, krant 136/99

Reinwardtlaan, krant ?

Scheepssingel, krant 82/99

Stadsweiden, krant 85/97

Stationslaan, krant 377/97 en 121/99

Vischmarkt, krant 330/99

Vuldersbrink10/97

Zeepad, krant 291/99


_________________________________________________________________________________

MILITAIRE STAMBOEKEN (BETR.KOLONIALEN)

Het Nationaal Archief te 's-Gravenhage beheert vrijwel alle militaire stamboeken van het KNIL.

Stamboeken zijn registers waarin per militair, behalve enige persoonsgegevens, de informatie staat opgetekend betreffende indiensttreding en overplaatsing, eventuele bevorderingen, onderscheidingen en betrokkenheid bij gevechtshandelingen. Ook wordt aangegeven op welke wijze het dienstverband is beëindigd, zoals door afloop van de diensttijd, pensionering, overlijden, desertie of ontslag.


De stamboeken betreffende de periode 1815-1817 worden Controleboeken genoemd.

Die van de periode 1817-1940 Suppletiefolio's. Deze Suppletiefolio's werden uiteraard in Nederland bijgehouden, militaire gegevens werden opgetekend tot en met het moment van vertrek naar Nederlands-Indië. Eenmaal in Indië werden van de militair de gegevens naar Nederland opgestuurd. Dat veranderde op 1 januari 1832, toen ook in Oost-Indië militaire stamboeken werden aangelegd en bijgehouden, met de officiële naam Algemeen Stamboek Indië. Vanwege hun uiterlijke vorm worden die stamboeken ook wel aangeduid als de Linnen Banden.


In deze Linnen Banden werden militairen geregistreerd die in Nederland waren geworven, en tevens ook alle militairen die in Oost-Indië zélf waren geworven en opgeleid. Een groot probleem bij de raadpleging nu van de Linnen Banden is de materiële staat waarin zij zich bevinden, die uitgesproken slecht is. Deze zijn daarom voor het publiek niet meer ter inzage beschikbaar. Ze zijn overigens op 35 mm film gezet, zodat je toch de gegevens kunt overschrijven. De Linnen Banden zijn tot het voorjaar van 1898 aangelegd en later naar Nederland overgebracht. Van de oorspronkelijk 49 delen, zijn er nu nog 39 in het ARA beschikbaar. De inschrijvingen in de Linnen Banden bevatten doorgaans meer informatie dan die in de Suppletiefolio's. Met enig geluk kun je dus gegevens vinden in zowel de Suppletiefolio's als in de Linnen Banden.


De stamboeken die de inschrijvingen bevatten van de in Indië zelf aangenomen Europese en daarmee gelijkgestelde militairen, worden ook wel aangeduid als het Oost-Indisch Boek (afgekort: OIB). Zo'n stamboek overigens heeft een kloek formaat, ongeveer 60 centimeter hoog en minstens een decimeter dik. Op het eerste schutblad staat (in grote gedrukte letters) de tekst: "Stamboek van de Onderofficieren en soldaten van het Koloniaal Werfdepot, die den 17e November 1894 met het Stoomschip Burgemeester den Tex naar Oost Indië zijn vertrokken".


Verdeeld over twee bladzijden staan in acht kolommen met de hand geschreven gegevens van de betrokken militair. In het stamboek staan die kolommen uiteraard in verticale vorm naast elkaar, in verband met de ruimte hier plaats ik de kolommen onder elkaar.


Doorloopend nommer, is een volgnummer, niet zo van belang voor de stamboom.


Algemeen Stamboeknommer in Indië . Dit nummer is wel van belang: het verwijst naar de afzonderlijke series van de Linnen Banden, waarmee aanvullende gegevens gevonden kunnen worden.


Namen en voornamen: Deze kolom is vrij breed, met grote letters staan de achter- en voornamen vermeld.Namen der Ouders, Geboorteplaats, Datum van geboorte, laatste Woonplaats en Signalement.


Waar -hetzij binnen- of buitenlands- en wanneer in dienst getreden; omschrijving van het aangegaan akkoord, en de verdere militaire loopbaan.Bij het 2e Regt Infie den 6" Maart 1894 ingedeeld als nummerverwisselaar. Een nummerverwisselaar was iemand die de dienstplicht van een ander overnam. Het is vergelijkbaar met een remplaçant bij de Nationale Militie. Hij kreeg daar een premie van fl.60,- voor. Een vrijwillig dienstverband duurde minstens zes jaar. Hij kon dus zowel in als buiten Europa ingezet worden. Een bedrag van fl.300,- stond gelijk met het jaarsalaris van een arbeider. En dat als handgeld!


Bijgewoonde veldtochten, bekomen wonden, uitstekende daden; wanneer en op welke wijze afgegaan.


Voll Stamb. Hier staan gegevens uit Oost-Indië; deze werden 1 keer per jaar met de boot meegestuurd naar Nederland en hier in het stamboek bijgeschreven. Dit duurde tot 01-01-1832, toen ook in Indië zelf stamboeken werden aangelegd. Gegageerd: een toekenning van een pensioen voor onderofficieren en minderen. Met een bedrag van fl. 260,- per jaar kon je redelijk leven.


Het Volledig Stamboeknummer verwijst naar een aantal series losbladige dienststaten die nog onder beheer staan van het Min. Van Binnenlandse Zaken


Aanmerkingen. deze laatste kolom van het stamboek werd een adres opgetekend van iemand, die verwittigd kon worden ingeval van overlijden.


Gebruikte bronnen:

Jan H. Kompagnie (eindred.), Soldaten Overzee, Onderzoeksgids. Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, 1996. Serie Weerzien met Indië, Waanders Uitgevers, Zwolle 1994.