HARDERWIJK ALS GARNIZOENSSTAD
• Willem George Frederik Kazerne (1938 - 1995)
• Jan van Nassau Kazerne (1913 - 1995)
• Kamp Kranenburg Noord en Zuid
• Oranje Nassau Kazerne (1814 - 1992)
_________________________________________________________________________________
• WILLEM GEORGE FREDERIK KAZERNE
Een oud kazernecomplex is in de tweede helft van de jaren 30 aangelegd door de Nederlanders
en tijdens de Tweede Wereldoorlog afgebouwd door de Duitsers. De toenemende spanning
in Europa als gevolg van een steeds agressievere politiek van Hitler-Duitsland was
de oorzaak dat de Nederlandse defensie begroting in 1938 plotsklaps werd verdrievoudigd.
Het sterk uitdijende veldleger had dringend nieuwe kazernes nodig. Eén daarvan werd
in Harderwijk gebouwd.
Ook een beetje als genoegdoening voor het feit dat begin 1900 het koloniaal werfdepot
naar Nijmegen was verhuisd.
De bestaande kazernes voldeden niet meer, daarom besloot de Harderwijkse gemeenteraad
op 26 februari 1938 om 25 hectare grond aan de Leuvenumseweg voor het symbolische
bedrag van één gulden af te staan aan de Nederlandse staat voor de bouw van een artilleriekazerne.
Begin november 1938 betrokken de veldartilleristen de in aanbouw zijnde kazerne.
Hiervan waren reeds enkele legeringgebouwen en paardenstallen gereed. Op 21 december
1938 werd de kazerne vernoemd naar een telg uit het huis van Oranje, namelijk prins
Willem George Frederik (1774-1799) die in 1792 tot grootmeester der Artillerie werd
aangesteld.
In de oorlogsjaren voltooide de Duitsers de WGF-kazerne, die bij de bezetters bekend
stond als Feldkaserne of Waldkazerne. Op het kazerneterrein verschenen ondermeer
een kantine, een stafgebouw en een logiesgebouw voor officieren. De reeds bestaande
maneges en stallen werden omgebouwd tot garages. In de jaren ‘50 ontstond de Koude
Oorlog, vanwege de vermeende communistische dreiging. Deze oorlog zorgde voor een
patstelling tussen het communistische oostblok (Warschaupact landen) en het westen
onder de NATO. Nederland verhoogde het defensiebudget aanzienlijk. In 1953 werd de
4 divisie opgericht die zich in de WGF-kazerne vestigde. Zij troffen een mooie, maar
te kleine kazerne aan. Voor de ruim 1450 militairen werd de kazerne uitgebreid met
een officiermess en een kantoorgebouw. Later werden er sportvelden, tennisbanen en
een heus zwembad aan toegevoegd.
Met het vallen van de Berlijnse muur in 1988 werd het einde van de Koude Oorlog ingeluid.
Een direct gevolg was dat er in de jaren ‘90 sterk werd bezuinigd op defensie. Uiteindelijk
werd besloten om de 4e divisie en ook haar WGF-kazerne in 1994 te sluiten. Vele militairen
en burgers verloren toen hun baan.
_________________________________________________________________________________
• JAN VAN NASSAU KAZERNE
Bijna 100 jaar geleden werd begonnen met de bouw van een nieuwe kazerne. Aanleiding
was de vestiging van een Nederlands garnizoen in Harderwijk. De gemeente had hierop
aangedrongen omdat het Koloniaal werfdepot was opgeheven. In december 1910 werd het
eerste gedeelte van de nieuwe infanteriekazerne (over het spoor”) aanbesteed. In
april 1913 werd het complex officieel in gebruik genomen. De kazerne werd vanaf het
eerste moment in de volksmond Nieuwe Kazerne genoemd. Pas op 1 september 1934 werd
officieel de naam Jan van Nassau Kazerne aan het complex aan de Oranjelaan gegeven
door de toenmalige minister van Defensie, Deckers.
De kazerne, toegankelijk door een poort, vanwaar men het hoofdgebouw, waarin de wacht
met arrestkamers, de geneeskundige dienst, de verschillende bureaus en schoollokalen
gevestigd zijn, voor zich ziet liggen, aldus D.J. Wuestman in zijn “Wandelingen door
Harderwijk”.
Aan beide zijden van het hoofdgebouw werden logiesgebouwen geplaatst, die ieder aan
200 militairen plaats bood. Oorspronkelijk werd in gebouw A en B ieder een vredesbataljon
van het 9e regiment gevestigd. Later, bij de uitbreiding tot vierentwintig regimenten,
werd in de Nieuwe Kazerne het 1e en 2e bataljon van het 20e regiment ondergebracht
en in de Oude Kazerne het 3e. Ten zuiden van de genoemde gebouwen bevond zich de
badinrichting. Ten noorden van de logiesgebouwen bevonden zich de keuken en de kantine,
terwijl daarnaast, met de genoemde gebouwen een carré vormend, het gymnastieklokaal
en de wapenkamer stonden.
In de mobilisatietijd 1914-1918, toen het garnizoen aan de landsgrenzen gelegerd
was en de Belgen in Harderwijk geïnterneerd werden, deed de Nieuwe kazerne dienst
als bewaarplaats van de Belgische soldaten. Na de Tweede Wereldoorlog is de Jan van
Nassau Kazerne de bakermat geweest van de Infanterieopleidingen. In 1948 werd de
Infanterieschool opgericht.
In 1970 kwam het Opleidingscentrum Infanterie (OCI) tot stand. In de jaren tachtig
heeft het complex nog een ingrijpende en miljoenen guldens kostende verbouwing ondergaan,
waarbij een grotere en modernere keuken werd gebouwd.
In 1996 werd de kazerne voorgoed gesloten Hierna werden gebouwen gesloopt, alleen
de voorste drie bleven staan en werden verbouwd tot appartementen. De herinnering
aan de kazerne blijft echter in de naam van deze appartementen voortbestaan, nl het
Jan van Nassaupark.
_________________________________________________________________________________
• KAMP KRANENBURG NOORD EN ZUID
De gemeente stelt aan de staat een aantal terreinen ter beschikking waar Kranenburg
op zal verijzen 10,5 ha in eigendom, dit ligt ten noorden van de Grintweg naar Leuvenum,
dit betreft het latere Kranenburg Noord. Ook staat de gemeente een terrein, groot
8 ha ten zuiden van genoemde weg, het latere Kranenburg Zuid, af. De naam Kranenburg
is afkomstig van de naam van een boerderij, die was gelegen aan de Grintweg naar
Leuvenum. In 1916 staan er barakken, keukens, wachtverblijven, kantines, wasloodsen
en privaten. Het complex herbergt door de tijden heen zowel personeel als materieel.Van
mei 1916 tot januari 1919 maakt het depot van de VIe Infanteriebrigade gebruik van
Kranenburg. Na het vertrek van de geïnterneerden uit het Belgenkamp brengt men een
aantal houten barakken uit dit kamp over naar Kranenburg.
Eind februari 1919 komen twee afdelingen Veldartillerie in het complex. In 1937 word
het complex bevolkt door 20 RI en 7 RI (Regiment Infanterie). Zij blijven tot de
mobilisatie. In de 2e WO nemen de Duitsers het complex in bezit. Na de oorlog zijn
er opleidingseenheden van de Aan- en Afvoer Troepen er gelegerd, voor uitzending
naar Indië. Ook de Brigade Marechaussee vestigt zich daar. Van 1948 tot 1996 zij
de Infanterieschool en het Opleidingscentrum Infanterie de voornaamste gebruikers.
In de periode van 1950 tot heden ondergaat het complex nog verschillende veranderingen.
In 1950 vindt de opening van de officiersmess plaats. In 1964 wordt het officiershotel
door de kolonel J. van Goolen geopend. In zijn toespraak zegt hij dat hij hoopt dat
de “verstening” in hoog tempo zal gaan. Bijna lukt dit, bij de opheffing in 1996
van het OCI, zijn alleen op Kranenburg Zuid nog enige houten barakken. Op 29 maart
1971 wordt op Kranenburg Noord het onderoffiershotel geopend, met legeringkamers,
een eetzaal, een kantine, ontspanningsruimtes en studiezalen. Op Kranenburg Zuid
wordt in 1982 de bouw gestart van een onderdeelswerkplaats met magazijnen en ruimten
voor wapenopslag. In 1988 wordt op Kranenburg Noord het nieuwe lesgebouw/ instructeurflat
in gebruik genomen. In 1991 komt er een nieuw stafgebouw op Kranenburg Noord.
In 1991
in de Defensienota wordt aangekondigd dat Kranenburg Zuid binnen enkele jaren gesloten
zal worden. Dit geschied en het complex Kranenburg Zuid wordt afgestoten en krijgt
een woonbestemming. Op Kranenburg Noord is nog altijd militaire activiteit te zien.
_________________________________________________________________________________
• ORANJE NASSAU KAZERNE
In september 1909 trokken infanteristen in de kazerne. Daarmee werd Harderwijk garnizoensstad.
Inmiddels was de naam Oranje Nassaukazerne ingeburgerd. Na de tweede wereldoorlog
maakte de kazerne naam als spionnenschool, de populaire naam voor de SMID. Talrijke
dienstplichtigen leerden hier Russisch. In 1988 verlieten de laatste militairen de
kazerne. In de “militaire tijd” is het gebouw enkele keren vergroot en aangepast;
het lijkt daarom absoluut niet meer op het klooster van de Grauwe Zusteren.
Klooster Claerendal
Al in 1476 werd vermeld dat de priester Gherman Wouterszoon land en renten schenkt
t.b.v. de armen en zieken. De Fraters (Broerders des Gemenen Levens) zorgden voor
de verdeling.
In 1485 droeg hij het beheer over aan het convent van Sint Clara, dat bekend stond
als Clarendale. Het Convent stond naast de toren van de Onze Lieve Vrouwe Kerk. De
zusters leefden volgens de regels van Sint Franciscus. De kleding van deze nonnen
was: Grijze pij omgord met wit koord, kap en eventueel sluier. De grijze kleur was
de oudste dracht. Zij werden daarom ook wel de Grauwe Zusters genoemd. In 1580, na
de Reformatie, stonden de zusters hun klooster en goederen aan de stad af, in ruil
daarvoor kregen ze levenslang onderhoud en huisvesting.
De zusters bleven in een deel van hun klooster wonen.
Hierna werd hier de Gelderse Munt gevestigd
In 1582 verplaatste Graaf Willem van den Bergh zijn munt van Dieren naar Harderwijk.
De stad verhuurde het klooster aan Muntmeester Jan van Schevichagen. Toen in 1584
de Staten van Gelderland de Provinciale Munt van Nijmegen naar Harderwijk overbrachten,
moest hij plaats maken voor hun muntmeester Jacob Dircksz. Alewijn. In 1806 bepaalde
koning Lodewijk Napoleon bij Koninklijk Besluit dat de Munt werd opgeheven. Een halfjaar
later werden de gebouwen voor de universiteit bestemd. Of en waarvoor de Academie
ze heeft gebruikt is niet bekend.
Toen werd hier het Koloniale Werfdepot
Na de Franse overheersing kwamen de gebouwen in gebruik bij het Depot-Bataljon der
Koloniale Troepen, later het Koloniale Werfdepot genoemd. In 1814 arriveerden de
eersten kolonialen. In Harderwijk werden zij voorbereidt op hun dienst in Nederlands-Indië.
In 1907 besloot de regering het Harderwijker Werfdepot naar Nijmegen over te plaatsen.
Het laatste detachement koloniale militairen verliet in april 1909 de stad. Toen
werd het een kazerne voor reguliere troepen.
Nadat de laatste troepen vertrokken waren kwam het leeg te staan, na veel touwgetrek
heen en weer, werd van het gebouw een appartementencomplex gemaakt.
Het kreeg de naam “De Geldersche Munt”.